Javascript 2

In deze cursus gaan we wat verder in op het programmeren met JavaScript.
Zo zul je te weten komen dat bepaalde woorden niet zomaar gebruikt kunnen worden en ook dat je secuur
je codes moet invoeren. Als je bijvoorbeeld ‘Alert’ typt in plaats van ‘alert, gebeurd er namelijk niets
bij het maken van een alertbox.

De vorige keer hebben we een alert-box gemaakt (zie
JavaScript inleiding
). In de code hebben we het woord ‘alert’ gebruikt. Dit is een zogenaamd sleutelwoord.
Een sleutelwoord is een woord dat je verder niet mag gebruiken om JavaScript iets te laten uitvoeren.
Deze woorden zijn vastgelegt.

Je kunt JavaScript ook iets gewoon in je document laten schrijven. Kijk maar eens naar de tekst hieronder.
Deze is niet gewoon geschreven in het html document, maar met behulp van JavaScript.

De code die hiervoor gebruikt is, is de volgende:

<script language=”JavaScript” type=”text/javascript”>
<!–
document.write(“Welkom op deze site”);
//–>
</script>

Hier kun je trouwens ook alle bekende html-codes in gebruiken. Dat laat onderstaand voorbeeld zien:

Dit werd geschreven met deze code:

<script language=”JavaScript” type=”text/javascript”>
<!–
document.write(“Welkom op deze site
Dat u hier nog lang mag blijven<br />Ga anders naar de <a href=”http://localhost:8888″>index</a>;
//–></script>

Zorg ervoor dat datgene dat tussen haakjes staat op een regel komt. De goede lezer heeft al gezien dat er voor
aanhalingstekens (“) staan. Pas dat ook toe!

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *