Wandel je warm

strand en stenen wandelen

Het is fris buiten, koud is een groot woord, maar de wind maakt het nog wat minder aangenaam.
Toch ga ik naar buiten, voor een stevige wandeling.
Even alleen zijn met mijn gedachten.
Ik trek mijn kraag nog wat hoger op.
Mijn sjaal nog wat beter om mijn nek.

Op het strand kies ik de richting zodat ik de wind mee heb.
Aan de andere kant van de dijk waait de wind wat minder hard dus zal ik er daar wat minder last van hebben als ik terug loop.
Daar, op het strand staan honderden wilde ganzen bij elkaar.
Zijn ze onderweg naar Afrika? Naar warmere oorden?
Rusten ze hier even uit?
Ik geef ze groot gelijk.

In de verte komt een hond aanrennen.
De ganzen vliegen verschrikt een stukje op en landen in het water van de Oosterschelde.
Daar, onbereikbaar voor de hond, dobberen ze rustig.

Het is januari. Ook dan moet je naar buiten blijven gaan
Om een rondje te wandelen, een ommetje te maken.
Even wat frisse lucht door je haren te laten wapperen.

Ik ben bijna thuis. Koud, nee hoor, ik heb het heerlijk warm gekregen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *